Opzet

Algemene opzet

Eenmaal per jaar wordt er gestart in een cohort van studenten. Van hen wordt verwacht dat zij in vijf maanden de cursus doorlopen. De eerstvolgende start van de cursus is in september 2016, en er zullen drie bijeenkomsten worden gehouden. De eerste daarvan zal zijn op zaterdag 15 oktober van 10:30u tot 16:00u in het Studiecentrum Nijmegen. De tweede en derde bijeenkomsten zullen ook in Nijmegen plaatsvinden en wel op (zaterdag) 19 november en (vrijdag) 16 december.

De cursus begint met een tekstgericht inleidend gedeelte waarin de studenten: 1) zich inlezen in de secundaire literatuur over de voorgeschiedenis en de ontwikkeling van Darwins evolutietheorie alsook primaire en secundaire bronnen bestuderen om inzicht te krijgen in de theorieën van Darwin en zijn tijdgenoten omtrent het ontstaan van het bewustzijn en de evolutie van cognitie, cultuur en moraal; 2) inzicht krijgen in de invloed van Darwins theorieën op verschillende hedendaagse debatten binnen de cognitiefilosofie alsook de ethiek. De eerste twee bijeenkomsten worden gewijd aan het bespreken van de bestudeerde literatuur. Op het forum wordt gespecificeerd welke teksten welke week bestudeerd dienen te worden, en ook worden daar begeleidende vragen gepubliceerd. Studenten worden geacht wekelijks hun antwoorden op deze vragen op het forum te plaatsen.

In het tweede gedeelte van de cursus verdiepen de studenten zich in een van de behandelde thema’s en werken ze een onderzoeksvraag uit die ze in een eindpaper uitwerken. De onderzoeksvraag kan zowel historisch als systematisch van aard zijn. Tijdens de derde bijeenkomst presenteren de studenten hun onderzoeksplan aan de studiegenoten.

Didactische opzet

Het studietraject ziet er als volgt uit:
1. Studenten beginnen met het bestuderen van de eerste reader en beantwoorden wekelijks vragen over de gelezen literatuur. In een apart topic op het forum staat gespecificeerd welke literatuur welke week gelezen dient te worden.
2. Dan volgt (na week 5 van het traject) de eerste begeleidingsbijeenkomst, waarin de gelezen literatuur en de bijbehorende vragen worden besproken. Tevens geeft de docent een toelichting op het vervolg van het traject.
3. Studenten bestuderen het tweede deel van de reader en beantwoorden wekelijks vragen over de gelezen literatuur. Opnieuw geldt dat op de cursuswebsite staat gespecificeerd welke literatuur welke week gelezen dient te worden.
4. Na weer 10 van het traject vindt de tweede begeleidingsbijeenkomst plaats, waarin de gelezen literatuur en de bijbehorende vragen worden besproken. Tevens worden mogelijke thema’s/benaderingen voor het eindpaper besproken.
5. Na de tweede bijeenkomst gaat de student zich inlezen in de specifieke literatuur over het gekozen thema en werkt hij/zij aan een beknopt onderzoeksplan waarin de opzet van het eindwerkstuk aangegeven wordt.
6. Aan het eind van week 14 van het traject vindt de derde bijeenkomst plaats waarin de student zijn/haar bevindingen aan de medestudenten presenteert en zijn onderzoeksplan toelicht. Daarna wordt hierover gedebatteerd in de groep. De student ontvangt binnen een week een terugkoppeling op het onderzoeksplan.
7. Na de derde bijeenkomst gaat de student aan de slag met het eindwerkstuk. In dit paper van ca. 4000 woorden wordt de onderzoeksvraag historisch of systematisch behandeld. De vorm van het eindwerkstuk wordt via een voorgeschreven structuur vastgelegd.
8. De student krijgt één keer feedback op het eindwerkstuk en levert op basis daarvan een aangepaste eindversie in.

De deadline voor de eerste versie van het paper is 27 januari. Mits studenten deze deadline halen krijgen zij uiterlijk 31 januari feedback van de docenten. Op 10 maart is de deadline voor de uiteindelijke versie van het paper.

Studenten die langer over de afronding van de cursus doen krijgen mogelijk te maken met beperkte beschikbaarheid van de docenten. De opgegeven deadlines worden dan ook van harte aanbevolen.